zie foto 2 voor omschrijving afgeschreven biebboek in ongelezen staat 2000 In deze drie langere verhalen speelt steeds een op Curaçao geboren man of vrouw de hoofdrol, in drie verschillende eeuwen. Het eerste gaat over de slavin Rosa, die in 1816 een speciale positie inneemt op de plantage van Panhuys, speelkameraad is van de zoon des huizes, maar opeens ervaart hoe hard de wereld kan zijn. In het tweede kan de zoon van een Nederlandse planter op Curaçao, die in 1789 na een mislukte studie in Leiden teruggaat, pas later het tweede huwelijk van zijn vader met een mulattin begrijpen. In het slotverhaal komt de Curaçaose Sonja er in 1960 achter dat ze haar man vele jaren onterecht de schuld heeft gegeven van de dood van hun zoontje. De Heer woonde vier jaar op Curaçao en ging van het eiland houden. Met haar verhalen probeert ze de essentie van de sfeer te treffen en daarin is ze geslaagd. Wezenlijke e lementen als de volksaard, het weer, de slavernij, de plantages, de Nederlandse planters zijn verwerkt tot aardige verhalen, vooral voor wie het eiland kent. |
| meer info |
Geen opmerkingen:
Een reactie posten